Buurtverbondenheid doorheen de seizoenen: lessen uit de derde Buurtbarometer

De derde Buurtbarometer van Hoplr en Matexi onderzoekt buurtverbondenheid en eenzaamheid bij 15.236 respondenten. De resultaten laten verschillen tussen leeftijdsgroepen en meetrondes zien. Voor lokale besturen bieden ze aanknopingspunten om ontmoetingen te stimuleren en contacten ook buiten de zomer te onderhouden.
Naast de antwoorden verzamelden we bijna 7.000 suggesties van inwoners. Die geven concrete ideeën om het sociale netwerk in de buurt te versterken.
Thuisgevoel en buurtverbondenheid verschillen tussen meetrondes
De derde bevraging laat verschillen zien ten opzichte van eerdere metingen. Die kunnen wijzen op seizoensgebonden veranderingen, maar bewijzen op zichzelf geen oorzakelijk effect van het seizoen.
- Sterk thuisgevoel: In de zomer piekt het gevoel van “thuiskomen” in de eigen buurt.
- Meer verbondenheid: Ook het gevoel van verbondenheid met buurtbewoners is groter in de zomerperiode.
De zomer biedt kansen om buurtactiviteiten en ontmoetingen te organiseren. De resultaten geven aanleiding om te onderzoeken hoe zulke contacten in andere periodes kunnen worden onderhouden.
De seizoensdynamiek en eenzaamheid onder de loep
De derde bevraging laat zien dat eenzaamheid ook jongere inwoners raakt. De verschillen tussen leeftijdsgroepen verdienen daarom aandacht in het lokale beleid.
Verschillen tussen leeftijdsgroepen
In deze vergelijking van meetrondes is de daling in het buurtsentiment vooral zichtbaar bij respondenten van 18 tot 64 jaar. De cijfers laten niet zien of dezelfde personen hun deelname in de winter verminderden.

Eenzaamheid bij inwoners jonger dan 35 jaar
Globaal geeft 14,8% van de respondenten aan zich (vrij) vaak tot zeer vaak eenzaam te voelen. Vaak wordt eenzaamheid in beleidsplannen een-op-een gekoppeld aan ouderdom. Onze data tonen echter aan dat eenzaamheid zich ook manifesteert bij de generatie jonger dan 35 jaar.
- Liefst 20,3% van de inwoners onder de 35 jaar voelde zich vaak tot zeer vaak eenzaam.
- Dit is nagenoeg het dubbele in vergelijking met de groep tussen de 65 en 74 jaar, waar 10,4% frequente eenzaamheid rapporteert.
Verschillen tussen kleinere gemeenten en steden
In deze resultaten verschilt de ervaren verbondenheid ook naar gemeentegrootte.
- Inwoners van kleinere, landelijke gemeenten (minder dan 10.000 en tot 20.000 inwoners) rapporteren steevast de hoogste mate van verbondenheid.
- In de vergelijking met eerdere rondes zien we een daling van de buurtverbondenheid bij verschillende gemeentegroottes.
- Vervolgmetingen kunnen helpen om dit patroon en mogelijke verklaringen beter te begrijpen.
Sociale relaties verdienen aandacht naast de fysieke omgeving
De analyses in deze editie benadrukken het belang van sociale relaties. Daaruit volgt niet dat groen, voorzieningen of ontmoetingsplekken geen bijdrage aan verbondenheid kunnen leveren.
In deze bevraging hangt het leren kennen van nieuwe buren samen met een sterker gevoel van verbondenheid:
- Inwoners die in de afgelopen 12 maanden de stap zetten om iemand lokaal te leren kennen, voelen zich voor 64,5% (sterk) verbonden met de buurt.
- Bij de groep die geen nieuwe buren leerde kennen, ligt dit verbondenheidsgevoel op slechts 35,9%.
Suggesties van inwoners: van onlinegroepen tot kleinschalige burenhulp
We verzamelden bijna 7.000 suggesties om buren dichter bij elkaar te brengen. Hieruit blijkt dat de verwachtingen sterk verschillen per profiel:
- Inwoners jonger dan 45 jaar: Zij zoeken naar laagdrempelige, informele manieren om in contact te blijven en gebruiken graag digitale hulpmiddelen (zoals lokale onlinegroepen) als veilige “ijsbreker” om daarna fysiek af te spreken.
- De middengroep (45-64 jaar): Deze groep is eerder vragende partij voor klassieke ontmoetingen en suggereert massaal het klassieke buurt- of straatfeest.
- Dorpen (<10.000 inw.): In kleine, landelijke gemeenten is er vooral vraag naar duidelijkere communicatie; inwoners geven aan dat ze vaak niet weten wat er te doen is.
- Steden (>100.000 inw.): In de grootsteden focust men opvallend minder op een groot ‘buurtfeest’, maar vraagt men om solidaire, kleinschalige micro-initiatieven om eenzaamheid tegen te gaan, zoals koken voor alleenwonenden.
Conclusie
De Buurtbarometer geeft aanleiding om buurtverbondenheid doorheen het jaar te volgen en daarbij ook jongere inwoners aandacht te geven. Gemeenten kunnen laagdrempelige ontmoetingen ondersteunen en samen met bewoners onderzoeken hoe contacten behouden blijven. Sociale relaties en een toegankelijke fysieke omgeving verdienen daarbij beide aandacht.
Over de Buurtbarometer
De Buurtbarometer is een samenwerking van Hoplr en Matexi. Deze derde editie betreft Q1 2026 en omvat 15.236 bruikbare antwoorden. De gemiddelden en percentages zijn gebaseerd op gewogen gegevens. Weging corrigeert bekende verschillen in samenstelling, maar sluit selectiebias en andere onzekerheden niet volledig uit.
Veelgestelde vragen
Wat onderzocht de derde Buurtbarometer?
De derde editie onderzocht onder meer buurtverbondenheid en eenzaamheid. De bruikbare steekproef voor Q1 2026 omvatte 15.236 respondenten.
Welke leeftijdsgroep vraagt in deze resultaten extra aandacht?
De bevraging rapporteert relatief veel frequente eenzaamheid bij deelnemers jonger dan 35 jaar. Eenzaamheid is dus geen vraagstuk dat alleen ouderen raakt.
Waarom kan de zomer een kans bieden voor buurtcontact?
Laagdrempelige ontmoetingen en activiteiten kunnen bewoners helpen relaties op te bouwen. Het artikel moedigt gemeenten aan om die contacten ook na de zomer te ondersteunen.
Bewijzen de verschillen tussen meetrondes een seizoenseffect?
Nee. Ze geven aanleiding om een seizoenspatroon te onderzoeken, maar verschillen tussen bevragingen bewijzen op zichzelf geen oorzakelijk effect van het seizoen.
Deel dit artikel